Sebastiaan Verschuren

Alles anders

Vandaag twee weken geleden kreeg ik het te horen. Joost, mijn trainingsmaat en goede vriend, was ernstig ziek en zou een heel ander traject ingaan dan wij. Olympische Spelen waren voor hem ineens heel wat minder belangrijk en hij zou even niet meer bij ons in het zwembad te vinden zijn.

Olympische Spelen minder belangrijk ja. Eigenlijk niet voor te stellen voor topsporters als wij. Dat is toch de Heilige Graal, de droom van elke sporter. Maar wat wij nog wel eens vergeten is dat we dat toernooi maar via één manier kunnen bereiken, en dat is door ons eigen lichaam zo fit mogelijk te krijgen.

Je lichaam is het instrument waarmee je het allemaal moet doen. En je krijgt er maar eentje, zonder garantie. Dus naast het tergen, trainen en uitputten van je lichaam zal je je lichaam ook moeten verzorgen en koesteren. De missie van Joost is in 2012 dan ook zijn lichaam weer zo fit mogelijk krijgen.

Goed, de trainingen dus. De laatste twee weken zijn natuurlijk heel anders. Waar ik tot twee weken geleden op baantje 2 alles samen deed, doe ik nu veel meer alleen. Dat is trouwens ook prima zo hoor, want de andere helft blijft gewoon leeg tot ‘ie weer terug is, die plek is van hem. ;-)

Volg Joost trouwens op zijn website, waar hij je op de hoogte houdt van zijn herstel.

Tweeduizend elf, de terugblik

Het sportjaar 2011 is zoals altijd in de topsport een jaar van hoogte- en dieptepunten. Nu, de dag voor oudjaar, is het tijd om de balans op te maken. Terugblikken en vooruitkijken, kijken naar het toernooi der toernooien, 2012, de Spelen, de missie.

Terugblikken is best lastig, als ik aan het afgelopen jaar denk dan denk ik eigenlijk gelijk aan het ‘falen’ op de 200m tijdens de WK, maar gelukkig waren er ook andere momenten. In november vorig jaar brak ik mijn wijsvinger, en in januari 2011 mocht ik eindelijk weer een wedstrijd zwemmen. Geen bijzondere tijden, wel heerlijk om weer het water in te mogen om te strijden.

Verder stond er natuurlijk kwalificatie voor de WK op het spel. Daarvoor gingen we in februari naar Malaga, waar we met het team van het Nationaal Zweminstituut Amsterdam het volgende mooie filmpje opnamen.

Tijdens de Amsterdam Swimcup zwom ik, zoals we hadden gepland, mijn limieten op de 100 en 200m vrije slag en kon ik me gaan voorbereiden op de WK in Shanghai. Vlak na de Swimcup verhuisde ik naar het mooie appartement waar ik nu woon. Ver van de beruchte A10 en op 5 minuten kruipen van het zwembad af. Ook tekende ik een fantastisch sponsorcontract met telecomspecialist Creaforti en een aanvullend (estafette-)contract met Speedo Nederland.

En toen de WK. Ik mocht gelijk beginnen met mijn hoofdafstand, de 200m vrije slag. Zenuwachtig natuurlijk (“Ben ik wel in vorm?”). Ik startte in de serie samen met dé Amerikanen maar zwom vrij relaxed naar de halve finale. Spanning was eraf; “Ik ben dus in vorm, laat maar komen!” dacht ik.

Die missie mislukte in de halve finale, waar ik stomweg niet goed oplette en als vierde aantikte. Uiteindelijk op een paar tienden als 9e uit de bus komen en een WK finale missen is verschrikkelijk. Zie ook dit interview, lekker vrolijk.

Als negende moet je je nog melden bij de voorstart vlak voor de finale. Dat moest ik dus ook. Dan zit je dus – tussen de zwemmers die sowieso wel moeten zwemmen – te hopen dat iemand nog even snel een been breekt of een hartaanval krijgt. Een Rus (weet even niet meer welke) liet ook wel erg lang op zich wachten, en kwam pas binnen toen ik stijf van de adrenaline de touwtjes van mijn zwembroek dicht aan het trekken was. Die race heb ik vanaf de tribune bekeken. God, wat had ik daar graag tussen gelegen.

Maargoed, niks aan te doen. Tenminste, ik kon maar één ding doen, en dat was alle registers opentrekken tijdens de 100m. Terugkeren, niet bij de pakken neer zitten en gewoon knallen. Dus ik ging naar de halve finale en naar de finale. In alle races verbeterde ik mijn persoonlijke record. Tevreden kan ik terugkijken op die races.

Wisselslag estafette ging uiteindelijk ook geweldig, we werden vijfde van de Wereld en lieten landen als Frankrijk achter ons. Goed. Seizoen 2010-2011 was afgesloten met 1 gigantische teleurstelling en ook een aantal vrij goede momenten.

2011-2012 dan, het Olympische jaar. Van tevoren hebben we een duidelijk schema gemaakt. We trainen tot de Kerst hard, taperen niet volledig voor het eerste kwalificatiemoment, maar gaan op de ONK wél ‘gewoon’ de limieten halen. Tot zover is het plan gelukt, ik heb mijn limieten op zak en kan dus met bijna volledige zekerheid (er moeten geen twee zwemmers in Nederland harder gaan zwemmen natuurlijk) zeggen dat ik naar Londen ga.

En nu gaat de trein dus pas echt lopen. EK’s, WK’s, limieten, het zijn allemaal tussenstations naar de OS. Dat is waar het in het zwemmen om draait, waar het in onze planning om draait.

Het nieuwe jaar kan niet snel genoeg beginnen!

Over geloven

Geloven in jezelf. Da’s best lastig. Iedereen zegt tegen je dat je in jezelf moet geloven. Dat zei mijn trainer ook altijd toen ik nog een jong zwemmertje was. Het gaat alleen anders, want niemand kan jou vertellen dat je moet geloven in jezelf. Daar zul je echt zelf achter moeten komen.

Ik stond in 2002 op de Nederlandse Junioren Kampioenschappen in Maastricht en kon al best een paar baantjes trekken. Plotseling zag ik bij de voorstart al die veel grotere leeftijdsgenoten en de moed zakte in mijn schoenen. Het was al voorbij voordat ik had gezwommen.

Ik geloofde niet in mezelf. Sterker nog: ik dacht niet eens aan mezelf. Ik dacht aan hun, en dat ze al zo groot waren, en dat ik nog zo klein was. Calimero. Er is op die momenten door allerlei mensen vaak tegen me gezegd dat ik gewoon in mezelf moest geloven. Hielp niet, en eigenlijk onnodig om te zeggen: ik werd op zowel de 100 als de 200m laatste.

Een paar maanden later had ik een andere taktiek: gewoon helemaal niet aan iemand anders denken, en dat werkte toen best goed. Je doet gewoon alsof de concurrentie niet bestaat en zwemt met oogkleppen op. Zo heb ik vervolgens een redelijk deel van mijn N(J)K en E(J)K wedstrijden gezwommen, niet (of zo min mogelijk) kijkend naar anderen.

Mijn persoonlijke (mentale) doorbraak was het moment dat ik naar Amsterdam verhuisde, in 2008. Vanaf 4 augustus 2008 draaide mijn hele leven puur om zwemmen, en dat wierp snel zijn vruchten af. Ik kreeg de kans om op de Wereldkampioenschappen in Rome te starten.

Op dat moment merkte ik dat zelf niet zo duidelijk, maar later kwam het besef dat ik vanaf dat moment toch wel anders in het zwemmen ging staan: ik was aan het lachen met Martin in de bus naar mijn 200m serie en kon gewoon relaxed naar de voorstart lopen. Ik ging ontspannen mijn serie in en merkte na 120 meter dat ik voor lag, aan de camera die met mij leek mee te lopen. Ik stroomde door naar de halve finale en zwom mijn eerste grote internationale finale. Conclusie was: ontspannen zwem ik het snelst.

Thuis merkte ik wel dat het anders was. Ik zwom makkelijker en kon ook meer laten zien in de training. Ik hield me niet meer bezig met hoe groot concurrenten waren (resultaten behaald in het verleden bieden geen garantie voor de toekomst) en durfde ineens groter te denken. Ja, ik wil Olympisch Kampioen worden. In Londen, in Rio, vier jaar daarna, dat maakt me niets uit. Ik ga door tot ik het ben, of het idee krijg dat niet te kunnen worden. Door dat grotere denken was het ook makkelijker om doelen te stellen: ik wil een medaille in Boedapest.

Geloof in jezelf is lastig te omschrijven, het is een gevoel. Vandaar ook dat niemand anders het (volgens mij) in je kan stoppen. Eigenlijk moet je nergens anders mee bezig zijn dan met de dingen die je goed kunt doen. Geloven in de route die je bent ingeslagen, in de keuzes die je maakt, in de trainingen die je hebt afgewerkt. Focussen op de dingen die er op dat moment toe doen: een goede race zwemmen.

Na Shanghai heb ik weer een aantal goede lessen geleerd. Ik doe er alles aan om straks op de Spelen op dat startblok te staan tijdens de 200m finale. En dan wil ik het gevoel hebben dat ik geen enkel moment verslapt heb. Dat ik alles uit mezelf heb gehaald gedurende het hele jaar. Als ik dat gevoel heb, komt het geloof vanzelf.

Zoals ik al eerder zei: geloof in jezelf komt vanzelf. Sommigen hebben het eerder dan anderen. Succes ermee!

Twitter